Foto ter illustratie. Zo stop je met piekeren: ‘Maak van je bed geen piekerplek’

Elke week stellen we een gezondheidsvraag aan een medisch deskundige. Deze week: Ik pieker veel, kan ik daar iets tegen doen? Gz-psycholoog Bart Verkuil: “Piekeren kun je zien als een alarmsignaal. Het geeft aan welke waarden in ons leven bedreigd worden.”

Waarom piekeren we eigenlijk? Heeft het zin?

“Piekeren is onze natuurlijke reactie op onzekerheid en nieuwe situaties. Door scenario’s te bedenken die negatief kunnen uitpakken, worden we voorzichtiger. Onze voorouders hebben veel voordeel gehad van het vermogen om te piekeren. Het vermogen om na te denken over de toekomst en de stressreactie hebben ons geholpen om te overleven.”

Wat hebben we anno 2022 aan piekeren?

“Piekeren kun je zien als een alarmsignaal. Het geeft aan welke waarden in ons leven bedreigd worden en motiveren ons om daarvoor in actie te komen. Als het je lukt om op dat alarmsignaal te reageren, kan gepieker nuttig zijn. Aan de andere kant maakt het ons nu soms ook ziek. Langdurig piekeren en stress leiden tot slaapgebrek, mentale klachten en burn-outs.”

Valt het af te leren?

“Ja. Een beetje piekeren op zijn tijd is geen probleem. Maar het wordt een ander verhaal als je de halve nacht ligt te malen. Maak van je bed geen ‘piekerplek’. Je kunt ervan in een negatieve spiraal terechtkomen, want voor je het weet associeer je je bed met gepieker en kun je überhaupt de slaap niet meer vatten.”

“Lig je wakker, stap uit bed en schrijf je gedachten op. Daardoor kun je het piekeren tot de volgende dag uitstellen. De volgende dag blijken je zorgen meestal veel minder relevant dan ze in het donker leken.”

En overdag?

“Piekergedachten zuigen je vaak mee zonder dat je het in de gaten hebt. De eerste stap om van je gepieker af te komen is dus door je er bewust van te worden. Houd gedurende een of twee weken dagelijks bij hoe vaak je aan het piekeren bent. Telkens als je merkt dat je aan het piekeren bent of was, zet je een streepje in een notitieblok. Uit onderzoek blijkt dat alleen al het registreren van die gedachten zorgt voor een afname van gepieker.”

Heb je nog meer tips?

“Plan een piekerkwartier. Beperk het gepieker tot één moment per dag. Deel je problemen in twee categorieën in: oplosbaar en voorlopig onoplosbaar. Dat geeft overzicht. Het maakt ook duidelijk of je in actie moet komen. Alleen de oplosbare problemen kun je immers oplossen. Van de onoplosbare problemen moet je misschien gaan inzien dat je ze (voorlopig) moet accepteren, hoe lastig dat ook kan zijn. Inzicht hierin kan er al voor zorgen dat het malen erover ophoudt.”

Gaat het soms ook vanzelf over? Of blijf ik altijd een piekeraar?

“Uit onderzoek blijkt dat 65-plussers zich over het algemeen minder zorgen maken. De helft van de ouderen gaat minder piekeren. Dat heeft te maken met de veranderingen in hun leefomstandigheden: ouderen hoeven zich minder zorgen te maken over werk en hebben met oudere kinderen minder verantwoordelijkheden in het gezinsleven.”

“Bij een klein deel van de ouderen wordt het piekeren juist erger vanwege eenzaamheid, gezondheidsproblemen en het verlies van een partner en vrienden. Maar het lijkt erop dat het ouder wordende brein beter met zorgen kan omgaan en zich minder door negatieve gedachten laat meeslepen.”

Bart Verkuil is universitair hoofddocent Klinische Psychologie aan de Universiteit Leiden en auteur van het boek De Gelukkige Piekeraar.